Emotionele Ontwikkeling bij mensen met een beperking

Introductie

Ergens in Gelderland woont Maria samen met vijf andere jongeren. Ze is 18 jaar, halfzijdig verlamd aan de linkerkant en heeft een lichte verstandelijke beperking. Ze is op zoek naar dagbesteding, maar vindt het nergens leuk genoeg om lang te blijven.
In de groep, waar ze woont, is ze duidelijk aanwezig als enige meid tussen vijf jongens. Ze weet haar woordje te doen en meldt vaak luidruchtig wat ze vindt. Ze vindt het moeilijk om te luisteren en te begrijpen dat anderen er wel eens anders over kunnen denken dan zij. De onenigheid die hierdoor ontstaat, leidt tot menig misverstand en vraagt om ondersteuning van de medewerkers die in dit huis werken. De persoonlijke begeleidster van Maria komt er niet meer uit. Er zijn steeds meer conflicten. Ze vraagt één van ons om hulp. "Maria is zo eigenwijs, ze laat zich niet sturen, ze is echt aan het puberen!"


Na een gesprek met de persoonlijke begeleidster en een gesprek met Maria verdiepen we ons in het niveau van functioneren van Maria. We kijken hierbij zowel naar het verstandelijke, sociale als emotionele niveau van functioneren. Het blijkt dat er in het geheel nog geen sprake is van pubergedrag. Het lijkt er wel op, maar het blijkt dat het emotionele niveau van functioneren veel meer weg heeft van een peuter. Aan de hand van de voorbeelden, die gepasseerd zijn, kan aan het team worden uitgelegd dat Maria verstandelijk zich nog weinig kan inleven in het perspectief van de ander. Emotioneel gezien draait de wereld om haar, haar wil en wensen. Als er niet direct tegemoet wordt gekomen aan wensen van Maria, wordt ze boos, stampt en is niet voor rede vatbaar. Uitleggen op basis van inzicht is echt te hoog gegrepen. Ze oefent haar 'autonomie', maar heeft nog heel veel behoefte aan grenzen, natuurlijk gezag van groepsleiding, nabijheid en duidelijke regels.

Met een puber ga je in discussie en die geef je steeds meer eigen verantwoordelijkheid.
Bij een puber kun je een beroep doen op een ontwikkelde gewetensfunctie. Begeleiders gingen telkens een gesprek aan waarbij ze probeerden Maria inzicht te geven in wat er gebeurde, maar dit hielp niet. Maria werd bijvoorbeeld gestraft toen ze diefstal pleegde in een winkel. Maria zei dan:" ik zal het nooit meer doen", maar vervolgens kwam ze weer in de verleiding. De begeleiders reageerden met: "dat hadden we niet afgesproken: jij houdt je weer niet aan de afspraken". Door herhaling van dit soort incidenten verslechterde de relatie.

Een ander voorbeeld is haar wijze van contacten leggen via internet: ze kreeg daardoor allerlei mannen aan de deur. Wanneer die haar verlamde arm zagen, lieten ze haar staan en verdwenen. Eén keer liep een man juist door naar haar kamer waar hij, tot haar schrik, zomaar aan haar lijf zat.
Maria heeft geen straf nodig en inzichtgevende gesprekken maar de veiligheid en voorwaarden die bij een emotionele peuterleeftijd horen.
Maria heeft nu filters op haar computer waardoor ze alleen kan msn-en met een paar bekenden. Hier was ze in eerste instantie erg boos over, maar later gaf het haar rust.
Maria staat nu onder bewind waardoor ze niet meer ten prooi kan vallen aan slimme verkopers.

En het allerbelangrijkste is dat Maria niet meer overschat wordt door haar omgeving. Ze krijgt geen straf, maar ze krijgt ruimte om te experimenteren met haar autonomievraag en wordt tegelijkertijd beschermd tegen de complexe 'grote wereld'. Nu er aan die voorwaarden is voldaan, is Maria terug van een crisisplek en gaat het goed met haar.

Situaties, zoals in het geval van Maria, komen vaak voor in het werken, zorgen en ondersteunen van mensen met een beperking. Maria was voor ons de aanleiding voor het schrijven van dit boek.


  Matt Productions 2009