|
Dit boek bestaat uit twee
delen.
Het eerste deel bestaat
uit verschillende theorieën met betrekking tot emotionele ontwikkeling
en algemene informatie.
Het tweede deel is gericht
op de praktijk.
THEORIE
In hoofdstuk 1 worden emoties en de rol daarvan in ons
leven behandeld: wat is emotie, emotionele ontwikkeling, emotionele
intelligentie en welke rol spelen deze binnen onze samenleving?
Wat is in dit verband gehechtheid? Er wordt o.a. ingegaan op de
theorie van Bowlby en de theorie van Nagy. Zij geven een kader
voor het belang van een gezonde gehechtheid voor een psychische
gezonde ontwikkeling naar een stabiele persoonlijkheid in de volwassenheid.
Kort worden de verschillende typen gehechtheidstijlen genoemd.
Voorts besteden we aandacht aan het verschil in emotionele ontwikkeling
bij jongens en meisjes.
In hoofdstuk 2 behandelen we de integratieve benadering
van Doen. Deze benadering beschrijft in algemene termen
hoe geestelijk welbevinden zich ontwikkelt en hoe deze zich verhoudt
met de opbouw van de persoonlijkheid. Hij biedt een kader voor
het kijken naar probleemgedrag bij mensen met een verstandelijke
beperking: over hoe adaptief gedrag kan overgaan in maladaptief
gedrag en hoe gedragsproblemen kunnen doorwerken in psychiatrische
problematiek. Vervolgens beschrijven we de fasen van de normale
emotionele ontwikkeling.
In hoofdstuk 3 schetsen we een breed spectrum van beperkingen/ziektebeelden
en laten zien hoe deze én emotionele ontwikkeling in elkaar
grijpen. We verdelen dit onder in vier groepen: verstandelijke,
lichamelijke en zintuiglijke beperking en Niet Aangeboren Hersenletsel.
Binnen die groepen beschrijven we de beelden die het meest vóórkomen.
PRAKTIJK
In hoofdstuk 4 maken we de overgang van theorie naar de
praktijk van alledag in organisaties waar mensen met een beperking
wonen, werken, leren, zorg en ondersteuning krijgen. De verschillen
tussen diagnostiek, begeleiding en behandeling worden benoemd.
De diagnostiek van de emotionele ontwikkeling, inclusief het diagnostische
materiaal, komen aan bod. De fasen van emotionele ontwikkeling
komen terug: de mate van de verstandelijke beperking en enkele,
genoemde ziektebeelden worden vervat in deze fasen. Om het gebruik
van de fase-indeling en diagnostisch materiaal te illustreren,
beschrijven we per fase een verhaal van een cliënt.
In hoofdstuk 5 wordt beschreven op welke wijze de individuele
plansystematiek zijn functie heeft in de dagelijkse zorg aan cliënten.
We beschrijven hoe dit zich vertaalt naar de bejegening in termen
van houdings- en omgevingsvoorwaarden, ondersteunende en veranderingsgerichte
begeleiding. We spitsen dit toe op de emotionele ontwikkeling.
Per emotionele fase beschrijven we vervolgens handvatten voor
houdings- en omgevingsvoorwaarden, ondersteunende begeleiding.
De veranderingsgerichte begeleiding krijgt gestalte in doelen
en activiteiten. Per fase bespreken we twee cliënten, met
verschillende soorten beperkingen en beelden. Hun verhaal wordt
concreet beschreven in een begeleidingsplan. Daarnaast komen er
verschillende methodieken aan bod die je kunt gebruiken om de
emotionele ontwikkeling te stimuleren.
In hoofdstuk 6 maken we de overstap naar ondersteuning
bij emotionele problematiek.
Ook bespreken we wat mogelijk is als vorm van behandeling. We
komen terug op gehechtheidstijlen en gehechtheidsproblemen. We
beschrijven hoe deze problematiek vaak aan de basis ligt van een
aantal diagnoses die je veel tegen komt bij kinderen en cliënten
met een beperking. Daarna bespreken we, aan de hand van de fase-indeling,
enkele specifieke psychiatrische diagnoses. Bij elke fase maken
we dit concreet aan de hand van een verhaal en een begeleidingsplan
van een cliënt.
In het nawoord willen we aanbevelingen
doen en terugkijken op het proces van het schrijven van dit boek.
Voorts willen we een aantal mensen bedanken die hieraan hebben bijgedragen.
|
Recensie(s) Bol.com
Jolanda Vonk en Amieke Hosmar kunnen bogen op
een jarenlange praktijkervaring als begeleidsters en orthopedagogen
in de zorg voor mensen met een beperking. In dit boek gaan ze dieper
in op de emotionele ontwikkeling van mensen met een verstandelijke,
lichamelijke en zintuiglijke beperking of een Niet Aangeboren Hersenletsel
(NAH).
Na een voorwoord door psychiater
Anton Dosen schetsen de auteurs een theoretisch kader. Daarnaast
bespreken ze de emotionele ontwikkeling bij mensen met enkele specifieke
beperkingen, zoals het syndroom van Down.
Een lijvig tweede deel focust
op de praktijk, met aandacht voor de diagnostiek en de fasen van
de emotionele ontwikkeling, en tal van praktische handvatten. Achteraan
volgen een bibliografie en twee bijlagen (met onder andere methodieken
en hulpmiddelen).
Een goed gedocumenteerd handboek,
waarin wetenschappelijke inzichten vlot worden vertaald naar de
dagelijkse praktijk. Zowel geschikt voor studenten en vakspecialisten
als voor begeleiders, ouders en familieleden van personen met een
beperking. Sobere lay-out, verlucht met enkele tabellen en figuren.
(NBD|Biblion recensie, Redactie Vlabin-VBC)
|